Visie & werkwijze

Het ecosysteem centraal

Het eco-systeem staat voorop bij al het doen en laten van BijDeBijen. Het eco-systeem van de natuur, maar ook het eco-systeem van mensen en imkers onderling.

Hoe ik wens te imkeren: met idealen

Hou je van korte en krachtige statements? Oeps, het eerste deel van deze pagina is een vrij uitvoerige beschrijving van hoe ik wens te imkeren. Onderaan vindt je de puntsgewijze werkwijze waar ik me aan wens te houden en waarvan de eerste vijf punten volledig overeenkomen met die van de fedcan, de rest is daar een toevoeging op.

Eco-bijenkasten

Oude kasten vervang ik voor bijenkasten van het model eco die gemaakt zijn van hout dat komt uit duurzame bosbouw. Geen populaire red-cedar kasten met hout dat helemaal uit Amerika komt. Hout van hier (Europa) verwerkt tot kasten met eco-keurmerk.
De kasten krijgen een behandeling met verf op basis van lijnolie zodat ze toch lang meekunnen en dit is verf waar de bijen prima tegen kunnen!

ziekte preventie, ook voor de buren!

Zolang volken niet varroa resistent zijn vind ik het een kwestie van goed-buurmanschap om je bijen te behandelen tegen varoa. Zelfs als jouw volk prima zonder enige vorm van behandeling de winter door komt kunnen ze een hoge varoamijt besmetting hebben. Varoa-mijten verspreiden zich over volken en als jij je volken wel behandeldt en ik niet krijg jij ze heel snel weer van mijn bijen/darren terug in je kast.

Het is belangrijk te weten hoeveel varoa’s er in een volk zitten. Afhankelijk daarvan kies ik een methode: een poedersuikerdouche, thymol, pseudo schorpioenen (een soort insecten) of desnoods natuurlijke maar agressieve zuren. Daarna meet ik het effect en plan al dan niet een vervolg behandeling.

Door de varoamijt verzwakte bijenvolken zijn veel gevoeliger voor bijenziektes zoals bijendiarree, schimmels en deformed wing virus. Het aanpakken van de varoa, hoe vervelend ook, is naast hygiënisch werken de belangrijkste sleutel tot het voorkomen van ziektes in volken. Bijen niet-behandelen onder het motto ‘het moet biologisch’, dat kan, maar ik onderschrijf deze visie. Waarbij ik wel de kanttekening maak dat ook ik poedersuiker, pseudo schorpioenen en thymol prefereer boven oxaal- en mierenzuur.

kleinschalige standplaatsen

Door geen grote aantallen bijenkasten bij elkaar te plaatsen blijven er in een gebied voldoende pollen en nectar over voor hommels, solitaire bijen, vlinders en andere insecten.

géén grote volksverhuizingen, geen overbe-bij-ing

Even met je volken naar de Biesbosch voor de springbalsemien, naar de koolzaadvelden in de Flevo of de heidevelden in het Oosten van het land om veel honing binnen te harken? Mij niet gezien.
Om twee redenen: Ten eerste: ziektes kunnen zich zo over enorme afstanden verspreiden. Ten tweede kan er door over-be-bij-ing door de honingbij een situatie ontstaan waarin niet genoeg stuifmeel overblijft voor de lokale (wilde) bijen en insecten. Het binnenvallen van een gebied met een enorme hoeveelheden bijenvolken stelt de honingoogst en de portemonnee van de imker voorop, niet de bij en niet het eco-systeem.

Eigen koninginnenteelt

Door zelf koninginnen te telen en door te selecteren op goede eigenschappen ontstaan sterke bijenvolken voor op de eigen standplaatsen en voor mede-imkers. De koninginnenteelt vind ik daarnaast razend leuk om te doen en een inhoudelijke verdieping van het bijenhouden. Mijn ideaal is om uiteindelijk varroa-resistentie zwarte bijen terug te brengen in de regio. Maar dat is toekomstmuziek.

Delen is het nieuwe winnen

Inkeren (ja, dat is een werkwoord) is deels een solitaire bezigheid maar ook zeker een sociale. Kennis en ervaringen delen, het verzwakte volk van een mede-imker versterken met extra bijen, het uitwisselen van koninginnen; het zijn dingen die imkeren voor mij zo leuk maken. Delen is wat mij betreft het nieuwe winnen!

uitwisseling, opleiding en bevlogen blijven

Wie imkert komt rare dingen tegen. Het klimaat verandert, droogte en hitte slaan toe en zowel planten als bijen zijn de kluts kwijt. Er zijn bloeperiodes zonder nectar, moerwisselingen na half september, zwermdrift in mini-volkjes, honing met rare geurtjes, kortom er gebeurt van alles dat je als imker niet had zien aankomen.
Daarom is het cruciaal én rete-interessant om naast een goede basisopleiding door te blijven leren in het imkereren. Ik doe dat bij de NBV, bij een lokale vereniging, door online contacten met imkers in Frankrijk (waar droogte, hitte en de Aziatische hoornaar al veel meer hebben toegeslagen) en door regelmatig mee te werken bij een imkerij vlakbij Den Bosch en bij een stel collega imkers in Zuid-Frankrijk die zich enorm inzetten voor de instandhouding van oorspronkelijk West-Europese bij: l’abeille noir (de zwarte bij). Dit laatste is naast leerzaam ook ontzettend leuk: het houdt me bevlogen!

De bovenstaande wat uitgebreide bezinning op het imkeren zijn samen te vatten in een werkwijze. De regels zijn in grote lijnen overgenomen van de FEDCAN, of zijn daar een aanvulling op.

  • Werken binnen een afgebakend gebied: geen bijentransport naar ver weg gelegen drachtgebieden.
  • Geen aanschaf van koninginnen uit het buitenland.
  • Geen vroege voorjaars en late najaarsoogst van honing.
  • Van volken kan voor de winter alleen honing afgehaald worden als er daarna geen bijvoedering nodig is.
  • Niet bijvoeren tenzij:
    • er een bijzondere klimatoligische noodzaak is.
    • er bij een geschepte natuurlijke zwerm aanwijzingen zijn dat ze al drie dagen of meer in afwachting waren van het vinden van een geschikte nestlokatie.
    • jonge natuurlijke (maar laat in het seizoen ontstane zwermen) niet genoeg wintervoorraad hebben weten aan te leggen.
  • Vindt er onder bovenstaande voorwaarden wel bijvoedering plaats , dan
    • Niet met een mix van enkel suiker en water (zoals in voorverpakte jerrycans en suikerdeeg).
    • Wel met toegevoegde pollen en mineralen uit plantenextract.(zie recept elders op de site).
  • Varroa mijt behandeling, desnoods met zuren.