Bijvrijerij

Bijvrijerij

Bijvrijerij

Een zoemzomerse dag
draagt het geluid zacht voorbij:
een bij die zoet tegen de meeldraad lispelt,
hoe bloesem dan met haar stamper kwispelt.

Zonder al te veel misbaar, onmisbare bij,
de kers die kerst het, de mispel mispelt,
en zelfs de roze distel distelt:

“Mijn soort leeft niet voort
zonder bijvrijerij.
Dus, doe het, óóh doe het,
doe het met mij.”