Waarom bijen belangrijk zijn?

Bijen leveren ongezien een enorme bijdrage aan onze samenleving. Bestuiving door insecten is noodzakelijk voor meer dan 75% van de voedingsgewassen. Honingbijen, solitaire bijen en hommels zorgen ervoor dat we kunnen genieten van fruit zoals kersen, appels, peren, bessen en bramen. Ook groentes zoals courgettes, paprika’s, en avocado’s zouden verdwijnen zonder de bij. En je denkt er misschien niet meteen aan, maar ook eten uit gesloten verpakkingen zoals, koffie, zonnebloemolie en mosterd zijn zonder bijen niet mogelijk. De supermarkten zouden akelig leeg worden zonder de bij.

Als mens maken we onbewust dankbaar gebruik van deze diensten die de bij levert aan ons ecosysteem. Voor ons voortbestaan is een goede en biodiverse leefomgeving met verschillende stuifmeel- en nectarbronnen voor de hommels, solitaire bijen en honingbijen een vereiste.

Bijen als indicator voor het ecosysteem

Honingbijen zijn een indicator voor ons leefmilieu. Ze vertellen niet alles, maar hebben wel een duidelijke signaalfunctie. Als er iets mis is met het ecosysteem vertaalt zich dat in de bijenstand en laat die de laatste jaren nou niet zo florissant zijn.
Alleen al in 2013 bijvoorbeeld haalde meer dan 34 % van alle Europese bijenvolken het voorjaar niet.

Het sterven van bijenvolken heeft verscheidene oorzaken:

  1. De Varroamijt (een parasiet, die door de globalisering vanuit Azië in andere werelddelen is terecht gekomen). Zoals een teek zich in de huid van de mens boort, maakt de varroamijt een gaatje in het chitinepantser (uitwendige skelet) van de bijen. De mijt brengt ziektes over en parasiteert op de bijen in het larvale stadium die daardoor als volwassen bij aanzienlijk korter leven.
  2. Kwalitatieve afname van een geschikt leefmilieu. Hierbij kun je denken aan monocultuur. In een monocultuur doen zich twee grote problemen voor:
    a) Gebrek aan verscheidenheid aan pollen. Honingbijen halen om gezond te blijven altijd pollen (stuifmeel) van tenminste 5 verschillende planten.
    b) In een monocultuur is de beschikbaarheidsduur van nectar en pollen drastisch ingekort. Als de dracht voorbij is (na de bloesem bijvoorbeeld) is er in het gebied niets meer te halen en verhongeren de bijen.
  3. Kwantitatieve afname van een geschikt leefmilieu komt onder andere door het verdwijnen van wilde struwelen langs akkers en weilanden. Ook het dichtgooien van tuinen met tegels, de verstening, en rigoureus maaibeleid van bermen dragen bij aan kwantitatieve afname.
  4. Pesticidengebruik: zogeoemde ‘gewasbeschermingsmiddelen’ (ik noem het gif) hoeven voor bijen niet direct dodelijk te zijn om wel schadelijk te zijn.
    Van neonicotinoïden bijvoorbeeld raken bijen verdwaasd, ze vinden de weg naar huis niet meer of zijn minder goed in staat om hun taken binnen het volk uit te voeren. Ook maakt het ze kwetsbaarder voor ziektes. Bijen die ernstig besmet zijn met pesticiden worden door hun volk de kast niet meer ingelaten, ze sterven dan massaal op de vliegplank.

In een omgeving waar honingbijen niet jaarrond kunnen bestaan hebben ook andere bestuivers zoals wilde bijen, vlinders, zweefvliegen het moeilijk. Andersom is het niet zo dat als het goed gaat met honingbijen, dat het dan ook goed gaat met die wilde bestuivers! Honingbijen zijn (semi-)gedomesticeerde dieren. De imker waakt over ze en zal hun woning verplaatsen als er ergens niet genoeg dracht is of desnoods voert hij/zij ze bij om ze door een moeilijke periode heen te loodsen. Wilde bestuivers staan er alleen voor en zijn veel kwetsbaarder dan honingbijen. Solitaire bijen bijvoorbeeld leggen geen voedselvoorraden aan. Hun levenscyclus bestaat uit uit hun pop kruipen, vrijwel onmiddellijk paren, en daarna solitair pollen en wat nectar verzamelen om daar eitjes op te leggen. Veel soorten solitaire bijen zie je maar een paar maanden: daarna sterven ze en ligt hun nageslacht op een veilige plek te wachten op het volgende jaar. Als op het moment dat ze naar buiten komen net de knotwilgen allemaal gesnoeid zijn, alle bermen gemaaid of de gewassen bespoten dan hebben ze met hun beperkte actieradius en korte levensduur geen kans om te overleven. Dan is het einde oefening.

Dus ja, honingbijen zijn belangrijk vanwege hun signaalfunctie. Maar vooral als het slecht met ze gaat. Andersom is het zo dat op een plek waar het jaarrond goed gaat met honingbijen er mogelijk kansen zijn voor andere bestuivers.